| Beschrijving |
Toxoplasma PCR* |
| Alternatieve benaming |
Toxoplasmose, de kattenziekte |
| Herkomst (Locatie) |
Bloed |
| Recipiënt (Aard) |
EDTA (rood) |
| Alternatief Recipiënt (Aard) |
Nvt |
| Afname volume |
1 tube extra |
| Speciale voorbereiding patiënt |
Nvt |
| Speciale voorbereiding staalname |
Nvt |
| Speciaal transport naar labo |
Onmiddelijk naar labo |
| Eenheid |
Nvt |
| Normaalwaarden |
Negatief |
| Uitvoerfrequentie |
1x per week |
| Uitvoering in urgentie |
Nvt |
| Bijaanvraag mogelijk |
7 dagen |
| Rapporteertijd (P75) |
1 week |
| Rapporteertijd (in urgentie) |
Nvt |
| Sperperiode |
Neen |
| Klinische info verplicht |
Ja |
| Bijdrage ten laste van de patiënt indien buiten nomenclatuur |
30,00 € |
| Nomenclatuurcode |
BN |
| Omschrijving nomenclatuur regel |
Nvt |
| Uitvoerend lab |
AZ St Jan Brugge |
| UitvoerendLabLink |
https://www.azsintjan.be/nl/labogids |
| KlinischeInfoLink | |
| Klinische info |
Deze verstrekking kan slechts worden uitgevoerd onder de volgende omstandigheden : (1°) Diagnose van cerebrale toxoplasmose bij immuungecompromiteerde patiënten met een positieve serologie voor IgG en met klinische en radiografische tekenen wijzend op een cerebrale toxoplasmose.Maximum 1 bepaling per episode. (2°) Prenatale diagnose van congenitale toxoplasmose op amniosvocht. De volgende groepen van patiënten komen in aanmerking: a) patiënten met seroconversie voor toxoplasma gondii tijdens de zwangerschap (negatieve IgG bij eerste raadpleging, positief worden van IgG bij een daaropvolgende bloedafname). De seroconversie moet steeds bevestigd worden op een tweede serummonster. b) Patiënten met een serologisch profiel bij het begin van de zwangerschap waarvan niet met zekerheid kan worden uitgemaakt of de infectie vóór of na de conceptie optrad. Hiervoor moeten minstens 2 serummonsters worden onderzocht met een tijdsinterval van minstens 3 weken. Maximum 1 bepaling per episode. (3°) Oppuntstelling van een mors in utero, hydrocefalie, intracerebrale calcificatie. Maximum 1 bepaling per episode. (4°) Diagnostiek van oculaire toxoplasmose. Patiënten met positieve serologie voor IgG en indien de oogfundus een toxoplasma chorioretinitis suggereert. Maximum 1 bepaling per episode. |
| Sector |
Moleculaire biologie |
| Verantwoordelijke bioloog (SV) |
SJ |
| Toestel | |
| Testprincipe |
Automatische extractie van parasitair DNA op QiaSymphony (na spiken van staal met interne extractie- en amplificatie-controle, Seal Herpes Virus-1). Vervolgens home-made multiplex real-time PCR met amplificatie van target-DNA (het 35-repeat B1-gen en de AF146527 sequentie, een fragment dat 200 tot 300 maal herhaald wordt in het genoom) en DNA van SHV1. |
| EKE Participatie |
QCMD |
| Accreditatie |
Ja |
| = |
T |
| Laatst gecontroleerd door |
EH |
| Laatst gecontroleerd op |
2022-06-16 |
| Laatst gewijzigd |
2026-04-22T07:40:07Z |
| Laatst gesynchroniseerd |
22/09/2026 |